De omgekeerde formule gebruiken
Bij 21% deelt u de prijs inclusief btw door 1,21. Bij 12% gebruikt u 1,12 en bij 6% gebruikt u 1,06. U moet wel weten welk tarief geldt. Eén totaalbedrag kan immers bij verschillende tarieven horen, met telkens een andere prijs exclusief btw en een ander belastingbedrag.
€ 121 inclusief btw tegen 21%: exclusief btw = 121 / 1,21 = € 100. Btw = 121 − 100 = € 21.
Waarom 21% aftrekken niet hetzelfde is
De oorspronkelijke btw wordt berekend op de prijs zonder belasting. Een korting op het totaal wordt berekend op de prijs mét belasting. Daardoor verschillen de grondslagen. Wanneer u 21% aftrekt van € 121, houdt u € 95,59 over in plaats van € 100. Delen door 1,21 maakt de oorspronkelijke vermenigvuldiging ongedaan.
U kunt de belasting in een totaal ook rechtstreeks berekenen: bedrag inclusief btw × tarief / (100 + tarief). Bij 21% vertegenwoordigt de btw dus 21 / 121 van het totaal, ongeveer 17,355%. Dat aandeel van de eindprijs is geen ander wettelijk btw-tarief; het beschrijft alleen een andere rekenbasis.
Een aankoop of budget controleren
De omgekeerde berekening helpt bij het lezen van consumentenprijzen, het opstellen van een budget zonder btw of het narekenen van een document. Ze toont niet aan dat u de btw mag aftrekken. Of een belastingbedrag teruggevraagd of afgetrokken kan worden, hangt af van de toepasselijke regeling en de bestemming van de aankoop.
Verschillende tarieven apart houden
Een totaal met meerdere tarieven kan niet met één vaste deler correct worden uitgesplitst. Gebruik de oorspronkelijke regels of de subtotalen per tarief. Beschikt u alleen over het algemene eindbedrag, vraag dan de noodzakelijke verdeling op. Rekenen met een verondersteld gemiddeld tarief geeft hoogstens een schatting en kan de werkelijke bedragen verhullen.